Stan P. Janssen
,Yvo M. Smulders
,Victor E. Gerdes
enFrank L. J. Visseren
-
Statinegerelateerde spierklachten komen vaker voor dan de door grote klinische trials gerapporteerde prevalentie van 1-5%. In observationele studies wordt een prevalentie van rond de 10% gevonden.
-
Spierklachten kunnen op elk moment van de statinebehandeling optreden, maar komen meestal tot uiting in de eerste 6 maanden na begin van de therapie.
-
Het optreden van rabdomyolyse is zeldzaam.
-
Depletie van mevalonaatderivaten als gevolg van inhibitie van het HMG-CoA-reductase is waarschijnlijk de voornaamste oorzaak van het ontstaan van de myopathie.
-
De behandeling van statinegrelateerde myopathie bestaat uit preventie en behandeling van risicofactoren. De voornaamste risicofactoren zijn: polyfarmacie, alcoholabusus, hypothyreoïdie en een positieve familieanamnese voor spierklachten door statinegebruik.
-
De eerste stap in de behandeling van statinegerelateerde spierklachten of een verhoogde concentratie creatininekinase, is verlaging van de dosis of staken van de statine. De kans dat een ander soort statine geen spierproblemen geeft, is ongeveer 40%.
-
Er bestaat geen bewijs voor een therapeutische waarde van ubiquinon (Q10) of andere supplementen.
-
Indien er sprake is van recidiverend stijgen van creatininekinaseconcentraties of optreden van spierklachten, komen alternatieve cholesterolverlagende middelen in aanmerking, zoals: harsen, nicotinezuur en de cholesterolabsorptieremmer ezetimib.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.


Reacties
Spierklachten bij statines
Er bestaan interacties tussen statines en vitamine D.Statines verminderen de cholesterolproductie. Cholesterol is nodig voor de aanmaak van vitamine D in de huid. Een studie naar de invloed van statines (pravastatine) op de vitamine-D-productie in de huid liet in de eerste 3 maanden echter geen effect zien (2). Mogelijk heeft dit wel op langere termijn of bij bepaalde groepen (zoals ouderen) effect.
Bepaalde statines leiden tot verhoogde vitamine-D-waarden (25(OH)D) in het serum. zoals rosuvastatine en atorvastatine, terwijl dit niet wordt waargenomen bij fluvastatine en simvastatine (3,4,5). Waardoor wordt dit veroorzaakt? Hebben statines mogelijk invloed op de opname van vitamine D in de weefsels?
Verder verdient vitamine D aandacht omdat een goede vitamine-D-status gunstige effecten heeft op de cardiovasculaire gezondheid (4,6).
Mijns inziens verdient de vitamine-D-status van de patiënt die statines gebruikt, meer aandacht.
VoedingOnline
www.voedingonline.nl