Gepubliceerd op: 08-09-2010
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A1570
Richtlijnen
  • Dossier: Atriumfibrilleren

Wim Opstelten

,

Bep S.P. Boode

,

Jan Heeringa

,

Frans H. Rutten

en

A.N. (Lex) Goudswaard

  • De herziene NHG-Standaard ‘Atriumfibrilleren’ geeft de huisarts richtlijnen voor de diagnostiek van en het beleid bij patiënten met atriumfibrilleren.

  • Om patiënten met atriumfibrilleren op te sporen, wordt geadviseerd om bij iedere bloeddrukmeting het hartritme te beoordelen.

  • Bij patiënten ouder dan 65 jaar heeft acceptatie van atriumfibrilleren onder controle van de ventrikelfrequentie de voorkeur boven herstel van het sinusritme.

  • Bij behandeling met bètablokkers geniet metoprolol met vertraagde afgifte de voorkeur.

  • Preventie van trombo-embolische complicaties is een belangrijk behandeldoel.

  • De keuze tussen acetylsalicylzuur of cumarinederivaten is gebaseerd op de CHADS2-score en wordt bepaald door leeftijd (boven de 75 jaar) en comorbiditeit, bestaande uit: hartfalen, diabetes, hypertensie en een doorgemaakt ‘transient ischaemic attack’ (TIA) of cerebrovasculair accident (CVA).

  • Jaarlijks dient geëvalueerd te worden of de antitrombotische behandeling nog adequaat is.

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.