Wim Opstelten
,Bep S.P. Boode
,Jan Heeringa
,Frans H. Rutten
enA.N. (Lex) Goudswaard
-
De herziene NHG-Standaard ‘Atriumfibrilleren’ geeft de huisarts richtlijnen voor de diagnostiek van en het beleid bij patiënten met atriumfibrilleren.
-
Om patiënten met atriumfibrilleren op te sporen, wordt geadviseerd om bij iedere bloeddrukmeting het hartritme te beoordelen.
-
Bij patiënten ouder dan 65 jaar heeft acceptatie van atriumfibrilleren onder controle van de ventrikelfrequentie de voorkeur boven herstel van het sinusritme.
-
Bij behandeling met bètablokkers geniet metoprolol met vertraagde afgifte de voorkeur.
-
Preventie van trombo-embolische complicaties is een belangrijk behandeldoel.
-
De keuze tussen acetylsalicylzuur of cumarinederivaten is gebaseerd op de CHADS2-score en wordt bepaald door leeftijd (boven de 75 jaar) en comorbiditeit, bestaande uit: hartfalen, diabetes, hypertensie en een doorgemaakt ‘transient ischaemic attack’ (TIA) of cerebrovasculair accident (CVA).
-
Jaarlijks dient geëvalueerd te worden of de antitrombotische behandeling nog adequaat is.
Atriumfibrilleren: een groeiend klinisch probleem
Er zijn nog geen reacties geplaatst.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.

