Ph.H. (Flip) Rothbarth
,Nico G. Hartwig
enWim Opstelten
-
De multidisciplinaire richtlijn ‘Varicella’ geeft richtlijnen voor diagnostiek, behandeling en preventie van waterpokken.
-
Bij de eerste zwangerschapscontrole dient gevraagd te worden naar doorgemaakte waterpokken; bij negatieve of onduidelijke anamnese is bepaling van antistoffen tegen varicella-zostervirus (VZV) geïndiceerd.
-
VZV-antistofbepaling is aangewezen bij patiënten die in aanmerking komen voor immuunsuppressieve therapie en bij gezondheidszorgwerkers die anamnestisch geen waterpokken hebben doorgemaakt en die in contact komen met immuungecompromitteerde patiënten.
-
Binnen 96 h na een VZV-contact kan toediening van varicella-zoster-immunoglobuline (VZIG) bij seronegatieve zwangeren en patiënten met een T-celdeficiëntie de ernst van de infectie verminderen.
-
Neonaten van wie de moeder in de periode van 5 dagen vóór tot en met 2 dagen na de bevalling waterpokken ontwikkelde, komen in aanmerking voor toediening van VZIG.
-
Antivirale middelen kunnen de ernst van de infectie verminderen en zijn veilig bij zwangeren.
-
Het varicellavaccin kan waterpokken voorkómen, maar is gecontraïndiceerd bij immuungecompromitteerde patiënten en zwangeren.
Er zijn nog geen reacties geplaatst.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.

