Gepubliceerd op: 29-11-2011
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:A3511
Richtlijnen

Ph.H. (Flip) Rothbarth

,

Nico G. Hartwig

en

Wim Opstelten

  • De multidisciplinaire richtlijn ‘Varicella’ geeft richtlijnen voor diagnostiek, behandeling en preventie van waterpokken.

  • Bij de eerste zwangerschapscontrole dient gevraagd te worden naar doorgemaakte waterpokken; bij negatieve of onduidelijke anamnese is bepaling van antistoffen tegen varicella-zostervirus (VZV) geïndiceerd.

  • VZV-antistofbepaling is aangewezen bij patiënten die in aanmerking komen voor immuunsuppressieve therapie en bij gezondheidszorgwerkers die anamnestisch geen waterpokken hebben doorgemaakt en die in contact komen met immuungecompromitteerde patiënten.

  • Binnen 96 h na een VZV-contact kan toediening van varicella-zoster-immunoglobuline (VZIG) bij seronegatieve zwangeren en patiënten met een T-celdeficiëntie de ernst van de infectie verminderen.

  • Neonaten van wie de moeder in de periode van 5 dagen vóór tot en met 2 dagen na de bevalling waterpokken ontwikkelde, komen in aanmerking voor toediening van VZIG.

  • Antivirale middelen kunnen de ernst van de infectie verminderen en zijn veilig bij zwangeren.

  • Het varicellavaccin kan waterpokken voorkómen, maar is gecontraïndiceerd bij immuungecompromitteerde patiënten en zwangeren.

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.