Nicotineonttrekking zorgt voor gevaarlijke opgewondenheid bij rokende patiënten op de intensive care (IC). Geagiteerde, rusteloze rokers verwijderen per ongeluk meer beademingsbuizen en katheters en hebben meer kalmerende middelen nodig dan niet-rokers. Dat blijkt uit een studie onder leiding van Olivier Lucidarme van het Centre Hospitalier Mémorial in Saint-Lô (Frankrijk), waarvan de resultaten in Critical Care staan (doi:10.1186/cc8954).
De onderzoekers bepaalden tussen juni 2007 en april 2008 bij 144 beademde IC-patiënten tijdens de IC-opname twee keer per dag de mate van agitatie (‘sedadion-agitation scale’) en delirium (‘intensive care delirium screening checklist’). 127 patiënten werden geïntubeerd, de overige 17 patiënten werden non-invasief beademd. Bij opname werd bovendien het rookgedrag van de patiënten vastgelegd.
Meer rokers (n = 44) waren tijdens IC-opname geagiteerd dan niet-rokers (64% versus 32%). Lichte en zware rokers verschilden niet van elkaar qua agitatie. Rusteloze patiënten die rookten, waren langer geagiteerd dan niet-rokende patiënten. Als gevolg van nicotineonttrekking verwijderden patiënten vaker katheters en beademingsbuizen, kregen zij meer sedativa, analgetica en anti-psychotica en moesten zij vaker worden vastgebonden. Multivariate analyse wees roken aan als onafhankelijke risicofactor voor agitatie. De deliriumscore verschilde niet tussen rokers en niet-rokers.
Agitatie bij een ernstig zieke patiënt aan de beademing kan een levensbedreigend probleem zijn. Volgens Lucidarme et al. benadrukt dit onderzoek dan ook de noodzaak bewust te zijn van ontwenningsverschijnselen bij IC-patiënten. Het gebruik van nicotinevervangende therapieën op de IC is echter controversieel. Een recent uitgevoerde retrospectieve studie vond een verhoogd sterfterisico bij gebruik van nicotinevervangende middelen. De auteurs pleiten daarom voor goed ontworpen gerandomiseerde studies die de behandeling met nicotine op de IC toetst.
