Print deze samenvatting
Home
Gepubliceerd op: 28-07-2010 (in print verschenen in week 31 2010)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A822
Stand van zaken
  • Open
  • cme
  • Student

Robbart van Linschoten

en

Sander Koëter

  • Patellofemorale pijnklachten komen veel voor en zijn lastig te behandelen.

  • Er is consensus dat een niet-operatieve behandeling de therapie van eerste keuze is. Daarbij wordt een afwachtend beleid gepropageerd. De toegevoegde waarde van oefentherapie op zich is onduidelijk.

  • Recent gepubliceerd Nederlands onderzoek toont aan dat gesuperviseerde en geprotocolleerde oefentherapie effectiever is bij patellofemoraal pijnsyndroom dan gesuperviseerd afwachten.

  • Bij geselecteerde patiënten met recidiverende patellaluxatie of ernstige pijn door radiologisch aangetoonde ‘maltracking’ (foutief sporen), kan men operatief ingrijpen.

Reactie toevoegen

Reacties

Patellofemorale pijn

Pleidooi voor natuurlijk herstel 
Van Linschoten en Koëter presenteren  minimale verbeteringen van gesuperviseerde oefentherapie tov  gesuperviseerd afwachten bij patellofemorale pijn, een zeer beperkte pijnvermindering en functieverbetering.  Zo beperkt dat je je moet afvragen of het sop de kool wel waard is. Wat ons betreft niet.
Teleurstellend is het ook dat zij volkomen langs de basisorthopedische waarden heen zien bij de begeleiding van deze klachten.  En dat terwijl dit toch zo mooi door Scott F, Dye wordt beschreven in zijn artikelen die keurig onder 13 en 14 in de literatuurlijst zijn opgenomen en waaruit zij ook nog een nuttige grafiek over de envelope of function overnemen (1 en 2).
 
Over de belangrijkste boodschap van Dye vinden wij helaas niets terug in het artikel.
Dye pleit er uitvoerig en indringend voor om patiënten te leren consequent en resoluut overbelasting (door ADL activiteiten) tijdens het natuurlijk herstelproces  te voorkomen om  zo de belastbaarheid geleidelijke te verbeteren,  in zijn woorden "de envelope of function"  te vergroten.
Alle therapeutische interventies die dit orthopedische basisprincipe niet uitdrukkelijk in hun beleid opnemen beschrijft hij als schadelijk, als een brand blussen met benzine.
Wat van Linschoten en Koëter aangetoond hebben is dat zij een fractie beter zijn dan de huisartsenstandaard.
Dat betekent echter niet dat ook maar iets nuttigs hebben gedaan tov natuurlijk herstel dat goed tegen overbelasting door ADL activiteiten wordt beschermd.  Integendeel, ook zij hebben het vuurtje alleen maar opgestookt door het orthopedische basisprincipe volledig te veronachtzamen.
Dit geldt overigens ook in dezelfde mate voor de huisartsenstandaard bij patellofemorale pijn en eveneens voor al die andere gesuperviseerde afwachtstandaarden bij fysieke klachten. 
 
Bescherming van het natuurlijk herstel tegen overbelastende ADL activiteiten zou daar standaard onderdeel van moeten zijn, maar wordt volledig vergeten.
 
Bert Bruggeman en Henk Jan Kooke
Directie STEP Nederland
 
1.Dye S.F. The knee as a biologic transmission with an envelope of function.
Clin Orthop Relat Res. 1996;325:10-8.
2.Dye S.F. The pathophysiology of patellofemoral pain: a tissue homeostasis
perspective. Clin Orthop Relat Res. 2005;100-10.