Print deze samenvatting
Home
Gepubliceerd op: 07-05-2010 (in print verschenen in week 19 2010)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A1520
Stand van zaken

Roger K. Schindhelm

,

M. (Rien) van Marwijk Kooy

,

Jules L.L.M. Coenen

,

Peter C. Huijgens

en

P.A. (Ellen) Kuiper-Kramer

  • De criteria voor de diagnose ‘chronische lymfatische leukemie’ (CLL) zijn recentelijk aangepast waarbij het absolute aantal monoklonale B-cellen in plaats van het totale aantal lymfocyten van belang is.

  • Bij 5 × 109/l monoklonale B-cellen of meer met het karakteristieke CLL-fenotype in het bloed is er sprake van een CLL; bij minder dan 5 × 109/l monoklonale B-cellen wordt gesproken van een monoklonale B-cellymfoctyose (MBL): een nieuwe ziekte-entiteit.

  • De prevalentie van MBL wordt geschat op 3% en kent een relatief mild verloop met een progressiekans van 1-2% per jaar om over te gaan in een CLL.

  • Na een eenmalige controle door een internist-hematoloog, om lymfadenopathie, organomegalie en infectieuze oorzaken van de lymfocytose uit te sluiten, kan volstaan worden met een jaarlijkse controle van het aantal lymfocyten door de huisarts en terugverwijzing in geval van progressie.

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.