Print deze samenvatting
Home
Gepubliceerd op: 30-04-2010 (in print verschenen in week 19 2010)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A1686
Onderzoek

Marloes Bults

,

Desirée J.M.A. Beaujean

,

Onno de Zwart

,

Gerjo Kok

,

Pepijn van Empelen

,

Jim E. van Steenbergen

,

Jan Hendrik Richardus

en

Hélène A.C.M. Voeten

Doel

Inzicht krijgen in hoe Nederlanders het risico op de Mexicaanse griep inschatten tijdens het verloop van de afgelopen pandemie, hoeveel en welke mensen preventieve maatregelen namen en in hoeverre men vertrouwen had in de overheidsinformatie.

Opzet

Online-vragenlijstonderzoek, zowel dwarsdoorsnede- (eerste 2 metingen) als follow-uponderzoek (laatste 2 metingen).

Methode

In de periode 10-17 november 2009 vulden 754 personen een online-vragenlijst in. Eerdere metingen werden gehouden in mei (n = 572), juni (n = 620) en augustus 2009 (n = 934).

Resultaten

In november 2009 werd de Mexicaanse griep door 38% van de respondenten als een ernstige ziekte beschouwd en 36% achtte zichzelf vatbaar voor deze griep. Gevoelens van bezorgdheid waren afgenomen vergeleken met eerdere metingen. Van de respondenten had 73% maatregelen genomen om ziekte te voorkomen. Dit betrof met name hygiënemaatregelen, die het meest werden genomen door mensen die angstig waren, die hygiënemaatregelen effectief vonden, die veel aandacht hadden besteed aan media informatie over de griep, die overheidsinformatie betrouwbaar vonden en die geen thuiswonende kinderen hadden. Ruim de helft (58%) was van plan zich te laten vaccineren als zij daarvoor in aanmerking zouden komen. Van de overige 315 respondenten gaf 40% aan bang te zijn voor ernstige bijwerkingen, 35% twijfelde over de effectiviteit van het vaccin en 33% vond het vaccin niet goed getest. Bijna de helft van de respondenten had de huis-aan-huisbrochure ‘Grip op griep’ gelezen en een derde had de televisiespotjes gezien. Landelijke overheidsinstanties, zoals het Ministerie van VWS en het RIVM, waren de belangrijkste bron van informatie en werden door ruim de helft betrouwbaar gevonden.

Conclusie

Gedurende het verloop van de influenza A(H1N1)-pandemie in 2009 nam de bezorgdheid steeds verder af bij het Nederlandse publiek, terwijl men zich steeds vatbaarder achtte voor de griep. Men had dus een reëel beeld van de situatie. Drie kwart van het publiek had maatregelen genomen om griep te voorkomen. Ruim de helft was bereid zich te laten vaccineren als zij daarvoor in aanmerking zouden komen. De belangrijkste reden om geen vaccinatie te willen was angst voor ernstige bijwerkingen en twijfels over de effectiviteit van het vaccin. Dit punt verdient aandacht bij de ontwikkeling van toekomstige voorlichtingscampagnes over vaccinaties.

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.