Matty R. Crone
,Gera E. Nagelhout
,Ingrid van den Burg
enRemy A. HiraSing
Doel
De prevalentie van het meeroken door jonge kinderen beschrijven en het verloop hiervan in de tijd analyseren.
Opzet
Retrospectief, beschrijvend.
Methode
Gegevens waren afkomstig uit een jaarlijkse steekproef van 500 à 800 volwassenen met kinderen van 0-4 jaar in het gezin, die vragen beantwoord hadden over meeroken en achtergrondkenmerken. Gegevens over de jaren 1996-2009 werden geanalyseerd op trends in de prevalentie van meeroken en de relatie hiervan met kenmerken als rookgedrag en sociaaleconomische status.
Resultaten
Het percentage gezinnen met jonge kinderen (0-4 jaar) waar in huis werd gerookt, daalde sterk, van 64 in 1996 naar 19 in 2009. Het meeroken daalde eveneens sterk. De prevalentie van roken in huis in het bijzijn van jonge kinderen was 10% in 2009 tegen 48% in 1996. Na de invoering van het rookverbod in de horeca in 2008 daalde het meeroken thuis sterker dan in de jaren daarvoor, behalve in de gezinnen uit lagere sociaaleconomische groepen. Meeroken komt nog voor bij 14% van de gezinnen met kinderen van 2-4 jaar, 29% van de gezinnen uit lagere sociaaleconomische groepen en 22% van de gezinnen met rokers. Bijna 40% van de zwaardere rokers stellen hun kind nog bloot aan tabaksrook in huis.
Conclusie
Er is een duidelijke daling in het aantal jonge kinderen dat thuis meerookt. Desondanks zijn er nog steeds groepen kinderen die regelmatig in de rook zitten. Preventieprogramma’s zouden moeten worden geoptimaliseerd om de daling in het meeroken in deze groepen verder voort te zetten.
Er zijn nog geen reacties geplaatst.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.

