Afvallen of aankomen is niet te voorspellen enkel op basis van hoeveel iemand beweegt. Meer of minder gaan bewegen doet dit wel: mensen die in een periode van 5 jaar meer gaan bewegen, komen die periode minder aan in gewicht en middelomtrek. Personen die minder gaan bewegen, komen juist meer aan en nemen toe in middelomtrek. Dat stellen Anne May (RIVM) et al. in American Journal of Clinical Nutrition (doi:10.3945/ajcn.2010.29404) op basis van de Doetinchem Cohort Studie.
Tussen 1987-1991 startten 4944 deelnemers (26-66 jaar) het onderzoekstraject met een gewichtmeting en vervolgens bepaalden de onderzoekers iedere 5 jaar lichaamsgewicht, middelomtrek en lichamelijke activiteit in de voorgaande periode. Activiteit werd vastgesteld met een gestandaardiseerde vragenlijst naar beweging op het werk en in de vrije tijd.
Tijdens 10 jaar follow-up leken de resultaten te wijzen op een omgekeerde relatie tussen lichaamsbeweging en daaropvolgende gewichtsverandering, maar het effect was niet significant.
Het steeds minder bewegen had wel meer gewichtstoename en een grotere middelomtrek tot gevolg, in vergelijking met evenveel bewegen. Het omgekeerde effect was zichtbaar voor méér lichaamsbeweging (middelomtrek: -0,35 cm; gewicht: -280 g). Meer bewegen zorgde ook na 10 jaar nog voor een lager gewicht (-590 g) en een kleinere middelomvang (-0,56 cm).
De auteurs menen met hun onderzoek te bewijzen dat lichaamsbeweging wel degelijk een determinant is van veranderingen in lichaamsgewicht. De sterkste bevinding is volgens hen dat per dag 30 min extra beweging het effectiefst is. ‘Dit onderstreept de cruciale rol van het bevorderen van lichaamsbeweging’, aldus May et al.

