Hoewel er zorgen bestaan over het risico op ernstige infecties bij gebruik van medicijnen gericht tegen tumornecrosefactor-α, lijkt dit gevaar niet veel groter dan bij andere medicijnen. In vergelijking met patiënten die met niet-biologicals worden behandeld, is het risico op een ziekenhuisopname wegens een ernstige infectie niet hoger bij gebruik van anti-TNF-therapie, suggereert een studie gepubliceerd in JAMA (2011; epub 6 november).
In een aantal onderzoeken met TNF-antagonisten ontwikkelden patiënten ernstige infecties. Toch is nog niet helemaal duidelijk of de medicijnen in vergelijking met niet-biologicals leiden tot een verhoogd risico op dit soort infecties. Carlos Grijalva en collega’s onderzochten met data afkomstig van Amerikaanse zorgsystemen als Kaiser Permanente en Medicare wat het infectierisico was bij patiënten die een behandeling kregen met anti-TNF-therapie of met een niet-biological. Zij verzamelden gegevens over 10.484 reumapatiënten, 2323 patiënten met inflammatoire darmziekte en 3215 patiënten met psoriasis of spondylartropathieën. Vervolgens werden alle patiënten die behandeld werden met een TNF-antagonist, gematcht aan een patiënt behandeld met een niet-biological. Het primaire eindpunt van de studie was het aantal infecties waarvoor een ziekenhuisopname vereist was in de 12 maanden na het starten met de behandeling.
In alle 3 de groepen was het risico op ernstige infecties bij patiënten die anti-TNF-therapie gebruikten vergelijkbaar met het risico bij patiënten die met niet-biologicals werden behandeld. Bij reumatoïde artritis was het risico respectievelijk 8,16 vs. 7,78 per 100 persoonsjaren, bij patiënten met inflammatoire darmziekte 10,91 vs. 9,60 en bij patiënten met psoriasis of spondylartropathieën 5,41 vs. 5,37.
Wel verschillen de TNF-antagonisten mogelijk onderling wat betreft het risico op ernstige infecties. Bij reumapatiënten leidden behandelingen met infliximab vaker tot ernstige infecties dan behandelingen met etanercept of adalimumab, vonden de onderzoekers.
(Bijdrage: Twan van Venrooij.)

