Esther de Vries
,Tamar Nijsten
,Marieke W.J. Louwman
enJan Willem W. Coebergh
-
Ondanks de vele waarschuwingen over de schadelijke effecten van de zon blijft het aantal huidkankerpatiënten snel toenemen.
-
Dermatologen spreken van een ‘huidkankerepidemie’ en schatten de aantallen patiënten aanzienlijk hoger in dan de aantallen die op basis van de kankerregistratie worden geschat.
-
Volgens de Nederlandse en Eindhovense kankerregistratie werd in 2006 bij 35.500 Nederlanders voor het eerst de diagnose ‘huidkanker’ gesteld.
-
Veel huidkankerpatiënten krijgen meerdere huidtumoren, waardoor het totale aantal huidtumoren veel groter is.
-
Eén op de 6 Nederlanders zal tijdens het leven huidkanker krijgen, 1 op de 50 een melanoom.
-
Ondanks de goede prognose van de meeste huidtumoren is er veel morbiditeit als gevolg van behandelingen.
-
De grote aantallen huidtumoren en patiënten zorgen voor een grote druk op de zorg.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.


Reacties
HUidkankerepidemie en SWK, antwoord auteurs
Nieweg et al. corrigeren in hun reactie op ons eerdere schrijven een tweetal overduidelijke fouten, die al gecorrigeerd zijn via de correspondentie bij deze publicatie. De bewering die van Nieweg et al daarna maken ten aanzien van de schildwachtklier (SWK) procedure is echter onjuist. De derde interimresultaten van de enige prospectieve gerandomiseerde studie naar de schildwachtklier procedure bij het melanoom (de Multicenter Selective Lymphadenectomy Trail-1; MSLT-1) toonde vanaf het punt van randomisatie geen overlevingswinst voor het ondergaan van de SWK procedure versus observatie van de regionale lymfklieren.1 Nieweg et al. dragen een post-randomisatie subgroep analyse aan, welke statistisch niet valide is. Deze subgroep analyse is in de literatuur hevig bekritiseerd, onder meer omdat het niet de patiënten onderzoekt, die een fout-negatieve negatieve SWK hadden. Tevens is deze analyse gebaseerd op de hypothese dat alle SWK metastase de potentie hebben om uit te groeien tot volwaardige, palpabele regionale lymfklier metastasen. Dit lijkt echter niet het geval, omdat het aantal palpabele kliermetastasen ver onder het aantal positieve SWK ligt (15.6% versus 19.2% na 5 jaar).1-3 Sommige auteurs hebben gesuggereerd dat dit fenomeen van “prognostisch fout positief” betreft. Dat wil zeggen, minimale SWK metastasen, die nooit de potentie zouden hebben gehad uit te groeien tot palpabele regionale lymfklier metastasen, en die de prognose dus niet negatief zouden beïnvloeden.2,3
Samenvattend, is de SWK procedure voor het melanoom geen therapeutische ingreep, het betreft slechts een stagerende procedure. Het is geen “standard of care”, hoewel het wel tot de mogelijkheden behoort dit aan patiënten aan te bieden, met name om de prognose beter in te kunnen schatten.
Esther de Vries, Erasmus MC, Maatschappelijke Gezondheidszorg
Literatuur
Huidkankerepidemie
Huidkankerepidemie
De incidentie van huidkanker is hoog en neemt snel verder toe. Het is nuttig daar in het Tijdschrift aandacht aan te besteden mede daar de betrokken aandoeningen voor een aanzienlijk deel vermijdbaar zijn. Het recente artikel van De Vries en collegae verschaft nuttige informatie in dezen. Het betrokken artikel bevat echter ook enige onjuistheden waar wij de aandacht op willen vestigen. Figuur 2 wekt de indruk dat de incidentie van melanoom veel hoger is dan die van basaalcelcarcinoom. Dit is niet juist en de tekst geeft dit ook correct weer. Wij vermoeden dat de curven van beide aandoeningen verwisseld zijn. Tabel 2 geeft aan dat de excisiemarges bij een melanoom variëren van 5 tot 20 mm. Voor een melanoma in situ wordt wel een marge van 5 mm aanbevolen maar voor melanoom is de minimale marge 1 cm.1 De auteurs adviseren voor melanomen met een breslowdikte van meer dan 1 mm excisie te verrichten met een marge van 2 cm en beroepen zich op de nationale richtlijn.1 Deze richtlijn beveelt echter een dergelijke marge voor melanomen met een breslowdikte van minimaal 2 mm aan. Gebaseerd op dezelfde nationale richtlijn geven de auteurs aan dat sentinel-nodebiopsie geen standaardprocedure is en meestal deel uit maakt van een klinische studie. Inmiddels geeft een interim-analyse van een gerandomiseerd onderzoek aan dat de vijfjaarsoverleving beter is wanneer behandeling plaats vindt op grond van een aangedane sentinelnode dan wanneer gewacht wordt tot de klier palpabel is geworden.2 Op grond van dit gegeven voeren melanomologen de procedure tegenwoordig routinematig uit.3 Ook in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en in het Rijnland Ziekenhuis is dit gebruikelijk. De zinsnede ‘bij lokale of systemische melanoomprogressie kan resectie de morbiditeit verlichten’ suggereert dat gedeeltelijke verwijdering van een metastase de mate van invaliditeit doet afnemen. Een dergelijke ingreep is ongebruikelijk en wij menen dat het informatiever is te schrijven dat chirurgische behandeling van lokale recidivering en regionale metastasering bij ongeveer een derde van de patiënten genezing bewerkstelligt. Bij geselecteerde patiënten met metastasering op afstand is die kans net zo groot. Tot slot wordt de rol van radiotherapie niet genoemd maar deze is zeker relevant.
O.E.Nieweg, J.A. van der Hage, M.W.J.M. Wouters, chirurgen Het Nederlands Kanker Instituut en H.M Kroon, AIOS chirurgie Rijnland Ziekenhuis
LITERATUUR
1 Nederlandse Melanoomwerkgroep. Richtlijn melanoom van de huid. Alphen aan den Rijn: Van Zuiden Communications B.V.; 2005.
2 Morton DL, Thompson JF, Essner R, Hoekstra HJ, Mozzillo N, Nieweg OE, et al. Immediate versus delayed lymphadectomy in the management of primary melanoma. N Engl J Med. 2006;355:1307-17.
3 Balch CM, Morton DL, Gershenwald JE, McMasters KM, Nieweg OE, Powell B, et al. Sentinel node biopsy and standard of care for melanoma. J Am Acad Dermatol. 2009;60:872-5.
Huidkankerepidemie
Ten eerste staat op pagina 3 van de gedrukte versie van het manuscript in de rechterkolom onder het kopje ‘Melanoom’ een fout wat betreft de marges. Die is er doorgeglipt bij ons en kennelijk ook bij de reviewers.
Het is echter wel belangrijk dit te corrigeren: de excisiemarge bij een melanoom van 1 mm breslowdikte is 1 cm en niet 2 cm zoals de tekst van het artikel nu vermeldt.
De tekst tussen haakjes in regel 3-4 zou dus veranderd moeten worden in: (in situ: 5 mm; < 2,0 mm breslowdikte: 1 cm; > 2,0 mm breslowdikte: 2 cm).
Bovendien is er bij het redigeren voor publicatie iets mis gegaan bij figuur 2: in het bijschrift zijn de melanomen en basaalcelcarcinomen
verwisseld: de bovenste 2 lijnen betreffen het basaalcelcarcinoom, de onderste 2 lijnen het melanoom.
Esther de Vries, ook namens Tamar Nijsten en Jan Willem Coebergh