Religie en spiritualiteit zijn belangrijk bij de zorg voor patiënten in de laatste levensfase. Het kan een vorm van troost, zingeving, controle of persoonlijke groei geven. De manier waarop mensen omgaan met hun levensbedreigende ziekte blijkt afhankelijk te zijn van hun beeld van God. Dat is de uitkomst van onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen, dat onlangs verscheen in Journal of Pain and Symptom Management (doi:10.1016/j.jpainsymman.2010.02.021).
Mensen kunnen verschillende – al dan niet naast elkaar bestaande – beelden van God hebben. Zo wordt er onderscheid gemaakt in een persoonlijk godsbeeld waarbij God een persoonlijke band heeft met mensen, een onpersoonlijk godsbeeld in de zin van ‘God als iets hogers’, of een onkenbaar godsbeeld waarbij God iets of iemand is dat boven het menselijke uitgaat.
Van Laarhoven en haar collega’s van het Universitair Medisch Centrum St Radboud onderzochten de relatie tussen godsbeeld en verschillende copingstrategieën van uitbehandelde kankerpatiënten in de laatste fase van hun leven. Er bleek een positief verband te bestaan tussen een onpersoonlijk beeld van God en de volgende copingstrategieën: ‘het zoeken van advies en informatie’, ‘het zoeken van morele ondersteuning’, en ‘ontkenning’. Ook vonden Van Laarhoven en collega’s een negatief verband tussen de copingstrategie ‘humor’ en een onpersoonlijk beeld van God. Wellicht staan patiënten met een onpersoonlijk beeld meer open voor advies van hun behandelaars. Daarnaast bleek er een positief verband te bestaan tussen een persoonlijk godsbeeld en de copingstrategie ‘het zoeken van heil in geloof’. Leeftijd was negatief gerelateerd aan de strategieën ‘het zoeken van advies en informatie’, en ‘het zoeken van morele ondersteuning’.
Bij het bespreken van de prognose en behandelingsmogelijkheden zouden artsen rekening dienen te houden met de verschillende copingstrategieën en zorgvuldig de rol van religieuze normen en waarden van hun patiënt dienen na te gaan. (Bijdrage: Mirjam Bedaf.)
