Print dit artikel
Home
Gepubliceerd op: 01-02-2010 (in print verschenen in week 5 2010)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:C452
Nieuws
G-spot bestaat wel

Peter Leusink en Femia Kievits

Onlangs kopte de media met ‘G-spot bestaat niet’ naar aanleiding van Brits onderzoek onder tweelingen gepubliceerd in The Journal of Sexual Medicine (doi:10.1111/j.1743-6109.2009.01671.x).
‘Mind the media’, stelt huisarts Peter Leusink, want bestudering van het onderzoek levert volgens hem een genuanceerder beeld op. Leusink, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Seksuologie, legt uit.
‘In een groep van 1804 tweelingen rapporteert 56% dat ze een G-spot ervaart. De prevalentie daalt met de leeftijd. Variantieanalyse wijst uit dat variatie in de al dan niet gerapporteerde G-spot vrijwel geheel het gevolg is van individuele ervaringen terwijl er geen aanwijsbare genetische invloed is. Het hebben van een G-spot correleert niet met het seksuele gedrag, tevredenheid over de relatie, of de houding tegenover seksualiteit.’
De onderzoekers trekken twee conclusies. De eerste is dat een mogelijke verklaring voor het ontbreken van erfelijkheid kan zijn dat vrouwen verschillen in vermogen hun eigen G-spot te ontdekken. Een plausibele conclusie, aldus Leusink. ‘Het hebben van een orgaantje wil namelijk nog niet zeggen dat je ermee overweg kunt, als je al van het bestaan zou weten of zou willen ontdekken.’
De tweede conclusie staat daar haaks op, en deze haalde nu net de media. Namelijk, de reden voor gebrek aan genetische variatie kan ook zijn dat er geen fysiologische basis is voor de G-spot. Een denkfout die de wereld overgaat, meent Leusink. ‘Dat er geen genetische basis is voor bijvoorbeeld het kunnen skiën, betekent niet dat dit kan worden verklaard door het ontbreken van armen en benen.’ Bovendien hadden diverse echografische onderzoeken al eerder aangetoond dat er een duidelijke anatomische relatie bestaat tussen de clitoris en het ervaren van een specifieke erotische plek van de vaginale voorwand bij druk en beweging (J Sex Med., 2009;6:1223-31).
Leusink: ‘Noem het G-spot, noem het clitoris, het is het resultaat dat telt’.

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.