In The Lancet (doi:10.1016/S0140-6736(10)60207-3) pleiten artsen van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen voor een wereldfonds voor medische hulp om zo de internationale financiering voor hulpverlening een stuk transparanter te maken.
‘Nu is 44% van alle financiële hulp voor ziektebestrijding niet meer terug te vinden in de begrotingen van de ontvangende landen’, menen zij. ‘Niet dat het is verdwenen, maar het is onduidelijk wanneer en waaraan het is uitgegeven.’
In een ander artikel in dezelfde The Lancet (doi:10.1016/S0140-6736(10)60233-4) schrijft Chunling Lu dat de overheden in ontwikkelingslanden voor elke dollar internationale medische hulp die ze ontvangen, de eigen uitgaven voor gezondheidszorg met gemiddeld 0,43 tot 1,14 dollar laten dalen. Volgens Lu vervangen de hulpgelden in arme landen soms volledig de budgetten van de overheid.
Dat bestrijden de Antwerpse artsen: ‘Voor elke euro liefdadigheid geven de overheden in ontwikkelingslanden niet altijd minder uit. Soms daalt de eigen inbreng inderdaad (zoals in Ethiopië) maar soms stijgt die ook (zoals in Senegal)’. Niettemin zou de internationale medische hulp veel effectiever zijn als zij niet zo onvoorspelbaar was. Zo toont het ‘Global Fund to fight AIDS, Tuberculosis and Malaria’ al jaren aan dat bundeling van een scala aan aparte programma’s kan leiden tot tot één stabiele en voorspelbare hulpbron. Waarom het mandaat van dit fonds niet uitbreiden tot alle basisgezondheidszorg, zodat een soort wereldwijd fonds ontstaat, waaraan ieder land bijdraagt volgens draagkracht, en ontvangt naar noodzaak?
In een commentaar waarschuwt Devi Sridhar voor bundeling van de hulp in een fonds. Als hulp aan kleine plaatselijke organisaties stopt, dan ligt het gevaar op de loer dat op de lange termijn overheden de prioriteiten van het fonds volgen, in plaats van naar de behoeften van hun burgers te kijken (Lancet. doi:10.1016/S0140-6736(10)60486-2).
