Tjeerd O.H. de Jongh
enJoost O.M Zaat
-
Dit artikel is de inleiding op een nieuwe serie in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde over de waarde van het lichamelijk onderzoek.
-
Gekoppeld aan deze serie staan op de website (www.ntvg.nl) hoofdstukken uit het nieuwe leerboek over fysische diagnostiek en filmpjes over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek.
-
Hoewel lichamelijk onderzoek een essentieel onderdeel is van het diagnostische proces, is er vaak weinig aandacht voor de juiste uitvoering en onvoldoende kennis van de waarde van de bevindingen.
-
Diagnostiek bestaat meestal uit het combineren van vele gegevens uit anamnese en lichamelijk onderzoek. Er is echter alleen onderzoek gedaan naar de waarde van geïsoleerde tests en zelfs daarnaar is weinig goed onderzoek gedaan.
-
De waarde van een bevinding bij het lichamelijk onderzoek wordt het best weergegeven door de ‘likelihood’-ratio, die aangeeft hoe de kans op de aan- of afwezigheid van een aandoening verandert door de uitslag van het onderzoek.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.


Reacties
Fysische diagnostiek en likelihood ratio's
Zo is de waarde van verschillende test combinaties weinig onderzocht, een uitzondering zijn de Well's criteria.
Een ander nadeel van het gebruik van de LR is dat door sensitiviteit en specificiteit te combineren tot één getal het zicht verloren gaat op de mogelijkheid om fout positieve resultaten af te wegen met de fout negatieve resultaten. Bovendien wordt uit het oog verloren dat sensitiviteit en specificiteit en hun verhouding te beïnvloeden zijn door de keuze van het afkappunt van een test. Zo zal bij het afkappunt 40 graden in plaats van 38.5 graden het aantal fout positieve uitslagen doen afnemen en het aantal fout negatieve uitslagen doen toenemen. Verder wordt de waarde van koorts door andere factoren beïnvloed zoals de leeftijd.
Er wordt goed aandacht besteed aan het verschil in vaardigheid van het beoordelen van symptomen en tekens bij het lichamelijk onderzoek tussen de verschillende artsen, beginnende en onervaren artsen tegenover doorgewinterde "alte Hasen". Juist bij het lichamelijk onderzoek kan de dokter opgevat worden als "de test" en zullen sensitiviteit en specificiteit van dezelfde symptomen en tekens verschillend zijn, wanneer ze bepaald worden bij deze verschillende groepen artsen.
Fysische diagnostiek en likelihood ratio's (auteur)
Fysische diagnostiek en maten van diagnostische betrouwbaarheid
In de proloog van de reeks, als ook de daarop volgende reacties van Landman e.a. en De Jongh, wordt de likelihood ratio (LR) genoemd als middel om de diagnostische waarde van anamnestische gegevens of bevindingen bij lichamelijk onderzoek te evalueren. In hun discussie geven zij allen toe dat de LR en sensitiviteit / specificiteit dezelfde nadelen hebben (afhankelijk van uitvoerder, afkappunt, populatie). Aangezien de LR een afgeleide is van de laatste 2, is dit niet meer dan logisch.
Uiteraard is zijn de voorspellende waarden gebonden aan de (prevalentie van de) populatie waarin studies zijn uitgevoerd, evenals de gebruikte afkappunten. In de evaluatie van een test moet men daarom de populatie en een eventueel afkappunt vermelden, om de voorspellende waarden in dat kader te kunnen interpreteren. Bijvoorbeeld: de DW- van een lage klinische verdenking op DVT + d-dimeer <0.5 is 99%in een ziekenhuispopulatie. Zodoende kan men concluderen dat in het ziekenhuis DVT op grond van deze "test" veilig is uit te sluiten. Of: de DW+ van het oordeel van de chirurg om appendicitis te diagnosticeren bij lichamelijk onderzoek is 80%. Bij welke DW+ men besluit te behandelen, hangt af van de ernst van de aandoening en de risico's van (over)behandeling, maar vermelding ervan in een publicatiereeks als deze is zonder meer waardevol.
Fysische diagnostiek en likelihood (auteurs)