Een succesvolle academische carrière is geen snelweg naar een toppositie als rector aan een Amerikaanse of Britse universiteit. Van deze rectoren behoren namelijk maar weinigen tot de absolute top van hun vakgebied. En onder de meest geciteerden zijn er omgekeerd maar weinig (oud)rectoren.
Voor John Ioannidis, de Griekse epidemioloog die deze gegevens bij elkaar sprokkelde, is de zaak wel duidelijk. De allerbeste wetenschappers stuiten op hun weg naar de top op een glazen plafond (FASEB J. 2010; doi: 10.1096/fj.10-162974).
Strikt gezien kan Ioannidis, bekend vanwege zijn veelgelezen artikel ‘Why most published research findings are false’ (PLoS Med. 2005;2:e124), alleen uitspraken doen over vakgebieden waarvan citatiescores iets zeggen over de wetenschappelijke productiviteit van individuele onderzoekers. Dat zijn onder meer de biomedische en andere bètawetenschappen en sociale wetenschappen. Ioannidis combineerde gegevens uit de ISIHighlyCited.com-database met gegevens over bestuurders van 96 Amerikaanse en 77 Britse universiteiten. Van de Amerikaanse academische leiders stond 6,3% in het prestigieuze lijstje van veel geciteerde wetenschappers. Onder Britse universiteitsbestuurders gold dat voor 2,6%.
Ioannidis geeft toe dat zijn onderzoek niet aantoont dat de beste wetenschappers daadwerkelijk geweerd worden uit bestuursposities. Misschien solliciteren ze er gewoon niet naar. Dat maakt eigenlijk ook niet uit, wat hem betreft. Want dat zou dan best kunnen komen doordat de bestuurscultuur van universiteiten wordt gedomineerd door politiek, bureaucratie en lobbyisten. Een meer op onderzoek en onderwijs georiënteerd bestuur, zou betere wetenschappers trekken, denkt hij. Hoe het ook zij, Ioannidis helpt met dit artikel in ieder geval zijn eigen citatie-index omhoog. 4 van de 20 citaties in zijn artikel verwijzen naar eigen werk. In de ISIHighlyCited-database is hij overigens (nog) niet te vinden. (Bijdrage: Esther van Osselen.)
