Wim van der Hoek
,Frederika Dijkstra
,Nancy Wijers
,Ariene Rietveld
,Clementine J. Wijkmans
,Jim E. van Steenbergen
,Daan W. Notermans
enPeter M. Schneeberger
Doel
Nagaan of sinds de eerste uitbraak van Q-koorts in 2007 sprake is van snellere diagnostiek en behandeling en of verbetering hierin mogelijk is.
Opzet
Retrospectief onderzoek van secundaire data.
Methode
Analyse van surveillance data van Q-koorts over de periode 2007-2009 en aanvullende informatie over een deel van de patiënten uit 2007 en 2008, verkregen van huisartsen.
Resultaten
Er werd een verkorting gevonden van de diagnostische vertraging van begin 2007 tot eind 2009 en in mindere mate van de therapeutische vertraging tussen 2007 en 2008. In gebieden met hoge Q-koorts-incidentie was sprake van snellere diagnostiek en behandeling en een lager percentage ziekenhuisopnames dan in gebieden met lage incidentie.
Conclusie
Het lijkt erop dat bekendheid met het ziektebeeld tot een snellere diagnose leidt en gepaard gaat met een lager percentage ziekenhuisopnames. Voor een snelle reactie is het nodig dat patiënt en arts alert zijn op de mogelijkheid van Q-koorts, vooral in gebieden met lage incidentie, en dat PCR-diagnostiek beschikbaar is.
Er zijn nog geen reacties geplaatst.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.

