Harry F.P. Hillen
Thomas Schwencke (1694-1767) was nog geen 29 jaar oud toen hij werd benoemd tot hoogleraar in de anatomie en de chirurgie in Den Haag. Pas aan het einde van zijn carrière zou hij vooral naam maken, als behandelend arts van Mozart.1,2 Schwencke groeide met zijn jongere broer Martinus op in Maastricht. De familie Schwencke was naar Maastricht verhuisd in het gevolg van de graaf van Waldeck, de gouverneur en de oprichter van het militaire hospitaal in de stad. Daar volgden de gebroeders Schwencke de Latijnse School en waarschijnlijk de geneeskundige vooropleiding in het militaire hospitaal; vervolgens gingen zij in Leiden geneeskunde studeren.3 Thomas Schwencke promoveerde in 1715 op een proefschrift over speeksel (‘Dissertatio de Saliva’). Hij vestigde zich als Medicinae Doctor in 1718 in Den Haag.
In die periode was de opleiding geneeskunde aan de universiteiten vooral theoretisch, terwijl de praktische chirurgische opleiding aan Illustere ...

Reacties
Schwencke en Mozart
Kennelijk is de schrijver niet op de hoogte geweest van de uitgebreide monografie van Van der Zanden over het verblijf van Mozart in de lage landen[i]. Uitgebreid valt daarin te lezen wat vader Leopold uitvoerig en gedetailleerd in zijn brieven en notities heeft geschreven over de ernstige ziekte van zijn twee kinderen.
Duidelijk is dat Leopold door zijn kennis van het Latijn de consultatie van prof Schwencke door Dr Heymans precies kon volgen en corrigerend optreedt als hij merkt dat de gegevens over het ziektebeloop van zijn kinderen niet nauwgezet door Heymans worden overgebracht. Schwencke wordt daardoor niet op het verkeerde been gezet en trekt zijn eigen plan waarbij zijn omzetting van het dieet van geitenmelk naar kalfsbouillon ondermeer een belangrijke rol zal hebben gespeeld bij de bijna fataal verlopende (para)typhus. De uitvoerige gedetailleerde beschrijving door Leopold, ook van de medicatie maakt duidelijk dat Leopold tekort wordt gedaan met de vermelding dat hij bij Schwencke “vooral onder de indruk was van het Latijn” .
In het artikel wordt voorts terloops melding gemaakt van het zilveren pessarium dat Schwencke ontwierp. Het was echter niet bedoeld om de baarmoeder te kantelen, maar om een vaginale prolaps van de uterus te redresseren. Schwencke ontwierp een zilveren pessarium met een ingenieus mechaniek, waarbij -na plaatsing- door het aandraaien van een soort vleugelmoer de 4 bladen van het pessarium uiteen gingen zodat het toestelletje gefixeerd bleef. De afbeelding is te vinden in het boekje van Endtz[ii]. Over een, al of niet, gekantelde baarmoeder maakte men zich toen geheel geen zorgen.
Schwencke en Mozart (reactie)