Raimond W.M. Giard
Bij een 31-jarige vrouw werd de diagnose ‘borstkanker’ laat gesteld, omdat zij klaarblijkelijk niet het advies had opgevolgd een controle-afspraak te maken na de aanvankelijke diagnose ‘adenofibroom’. Zij stelde haar huisarts hiervoor verantwoordelijk. In de rechtszaak die hieruit volgde, verklaarde de getuige-deskundige dat de huisarts volgens de geldende richtlijn had gehandeld. Van bijzonder belang daarbij was het feit dat borstkanker op haar leeftijd zeer zeldzaam is. Naar mijn mening was het echter onjuist om de schatting van de kans op kanker alleen te baseren op haar leeftijd, aangezien de a-priorikans van kanker bij vrouwen die de huisarts bezoeken vanwege een knobbel in de borst ongeveer 10% is. Om een maligniteit uit te sluiten dient de meest sensitieve diagnostische strategie gevolgd te worden, maar dat was niet gebeurd. De NHG-standaard over diagnostiek van borstkanker zou gebaseerd moeten zijn op zowel een accuratere schatting van de kans op borstkanker bij gespecificeerde groepen als de eis dat de diagnostiek kanker voldoende zeker uitsluit.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.


Reacties
Diagnose borstkanker gemist
Harmien Zonderland, radioloog, AMC
Gemiste borstkanker (antwoord auteur 2)
Het belangrijkste nadeel van een follow-up advies is de kans, dat de patiënte dit advies niet opvolgt. In diverse studies was hiervan sprake bij 16-18%.
Als gekozen wordt voor biopsie (cytologische punctie of naaldbiopsie) en het materiaal is representatief en correlerend met de beeldvorming (bijv. fibroadenoom), dan is de diagnostiek afgerond en is tussentijdse follow-up niet meer noodzakelijk.
Onderstreept dit niet mijn stellingname? Uitsluiten van borstkanker vraagt eenvoudigweg om meteen de meest gevoelige (=tripel) diagnostiek. PA-onderzoek is daarom onmisbaar en bovendien goedkoop!
Diagnose ”borstkanker” gemist bij een jonge vrouw
Willem van der Krol, Leeuwarden
Gemiste borstkanker (antwoord auteur)
Gemiste borstkanker
U geeft aan dat die kans bij lactatie “nóg iets hoger” is maar u verzuimt dit te kwantificeren. Helaas doet ook de literatuur waarnaar u verwijst daar geen uitspraak over. Maar mede gezien de lage vooraf-kans op borstkanker bij een vrouw van 31 jaar met een knobbel in de borst zal de invloed van het geven van borstvoeding op de absolute kans uiteindelijk slechts minimaal zijn.
Ik concludeer dat de “intuïtieve” schatting van de kans op borstkanker door de hoogleraar Huisartsgeneeskunde bij de casus van een 31-jarige lacterende vrouw met een knobbel in de borst waarschijnlijk zo gek nog niet was. De argumentatie om de NHG-Standaard te willen veranderen komt hiermee grotendeels te vervallen.
Willem van der Krol, Leeuwarden
Borstkanker gemist (antwoord auteur)