D. (Daniƫl) Pieter
,R.B. (Tijn) Kool
enG.P. (Gert) Westert
Samenvatting
Doel
Nagaan in hoeverre de opnameregistratie tussen Nederlandse ziekenhuizen varieert en wat de invloed van deze variatie is op de gestandaardiseerde ziekenhuissterfte (HSMR).
Opzet
Retrospectief, beschrijvend.
Methode
Gegevens van de Landelijke Medische Registratie over alle ziekenhuisopnamen in 2005 werden gebruikt om de variatie tussen de ziekenhuizen in 3 variabelen in beeld te brengen: het aantal nevendiagnosen, het percentage niet-geplande opnamen en het percentage niet-gespecificeerde diagnosen (‘overige diagnosen’). De invloed van deze variatie op de HSMR werd geanalyseerd door de correlatie te berekenen tussen deze variabelen en de HSMR. Ook werd de correlatie berekend tussen de HSMR en de HSMR ongecorrigeerd voor deze variabelen.
Resultaten
Er was weinig variatie in de percentages niet-geplande opnamen en opnamen met ‘overige diagnosen’. De variatie in deze 2 variabelen had nauwelijks of geen invloed op de HSMR. Er was aanzienlijke variatie in het gemiddeld aantal nevendiagnosen per ziekenhuis. Deze variatie had een beperkte maar statistisch significante invloed op de HSMR. De HSMR zonder correctie voor nevendiagnosen correleerde sterk met de oorspronkelijke HSMR.
Conclusie
Deze analyse ondersteunt niet de stelling dat de HSMR sterk beïnvloed wordt door variaties in de opnameregistratie en daardoor onbetrouwbaar is. Terughoudendheid in de publicatie van de HSMR is daarom niet nodig.

Reacties
Invloed gegevensregistratie op HSMR
Circa 75% van alle opnamen telt niet mee bij de HSMR-berekening. Niet meetellende opnamen met ambigue diagnosen (126.000 in onze studie) kunnen zodoende onterecht worden uitgesloten met potentiële HSMR-vertekening als gevolg. Uw studie houdt hier geen rekening mee en betreft alleen minder vaak voorkomende ‘overige-diagnosen’. Bovendien is o.i. niet zozeer het door U onderzochte percentage van alle opnamen, maar vooral de mortaliteit van ‘overige-diagnosen’ bepalend voor mogelijke vertekening. Ook bij Uw grens van 1% kan een relatief hoge mortaliteit in die groep veel sterfgevallen (~15–30/jaar) verhullen voor de HSMR.
Dit percentage correleert negatief met de HSMR. Ligt het verloop van gemiddeld 20 HSMR-punten nu aan imperfectie van het instrument of aan registratievariatie? Verder correleren HSMRs mét en zonder urgentiecorrectie in zekere mate, daar zorgen de andere regressievariabelen wel voor. Maar de registratievariatie blijft vooralsnog onbekend en ligt besloten in de variatie van het percentage acuut (22%-70%). Niet duidelijk wordt op grond waarvan U ‘beperkte variatie in het registreren’ concludeert.
De grote spreiding hiervan binnen gelijksoortige ziekenhuizen (UMC,..) duidt op sterke registratievariatie. Commentaar impact als hiervoor.
Uw conclusie t.a.v. openbaarmaking HSMR onderschrijven wij niet wegens:
WF van den Bosch