Cecile M.C.A. van Laarhoven
,L. Paul van Minnen
enArnold H. Schuurman
Osteoarthritis in the carpometacarpal joint of the thumb (CMC1) is described in three patients who were all restricted in their daily activities by the disease. CMC1 osteoarthritis is a common disease affecting mainly postmenopausal women and individuals who use the joint intensively. Two of our patients, a 52-year-old female teacher and a 45-year-old male dentist, were treated by resection of the articular surfaces and interposition of a tendon or a polycarbon disc into the joint. To achieve a strong, stable thumb a 58-year-old sculptress had arthrodesis of the left CMC1. In her right hand, resection of the trapezium and ligament reconstruction of the CMC1 joint was necessary. There is no evidence-based guideline for treatment of osteoarthritis of the carpometacarpal joint of the thumb. Many non-surgical and surgical treatment options for CMC1 osteoarthrosis have been described. Optimal treatment is chosen depending on radiological staging of the disease and on the wishes and expectations of the patient.
Indienen manuscript
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.


Reacties
Behandeling van artrose van de duimbasis
Wat ik mij afvroeg is of er ervaring is met dergelijke operaties bij artrose van het metatarsophalangeale gewricht. Zo ja, wat zijn de resultaten? Zo nee, zou het een mogelijkheid zijn?
Nelleke de Vries, verpleeghuisarts
Artrose van de duim (antwoord auteur)
De tweede kanttekening van collega Zollinger betrof het plaatsen van een totale CMC-1 gewrichtsprothese. In het afgelopen decennium zijn vele verschillende CMC-1 gewrichtsprotheses in de literatuur beschreven. Tot op heden is nog geen enkele prothese als standaard geaccepteerd. Wel wordt bij het gebruik van protheses de nodige kanttekeningen geplaatst.3 De resultaten van de in de klinische les beschreven, minder invasieve, ingrepen zijn zodanig tevredenstellend dat we zeer terughoudend zijn in de keuze voor een totale gewrichtsprothese. In tegenstelling tot de laatste opmerking van collega Zollinger wordt al onze patiënten na een handoperatie fysiotherapie geadviseerd en aangeboden. Bij de meeste handoperaties, en met name na het plaatsen van een gewrichtsprothese in de hand, is therapie een nadrukkelijk onmisbare schakel in de zorg. Vroege postoperatieve beweging onder professionele begeleiding is van grote waarde voor het functionele resultaat van de ingreep.
Artrose van de duim
Twee kanttekeningen wil ik echter maken. Er wordt in deze klinische les helaas geen aandacht geschonken aan de mogelijke complicaties van operatieve behandeling. Deze zijn talrijk (tot zelfs 39% bij artrodese!) en de patiënt (maar ook de verwijzend huisarts) dient hierover goed te worden geïnformeerd. Infecties komen gelukkig weinig voor maar gestoorde sensibiliteit van de duim, persisterende pijn en heringrepen des te meer. Een van de andere mogelijke complicaties bij chirurgie van het duimzadelgewricht is Complex Regionaal Pijn Syndroom type I (afhankelijk van het type ingreep in 8 tot 19%). Onze onderzoeksgroep adviseert derhalve om 2 dagen voor de electieve ingreep te starten met vitamine C, 1 maal daags 500 mg gedurende 50 dagen als mogelijke preventie voor het optreden van CRPS. De ratio voor deze profylaxe komt voort uit 2 eerdere RCT’s bij polsfracturen en zal in geval van prothetische chirurgie bij duimzadelartrose binnenkort gepubliceerd worden in The Open Orthopaedics Journal.2,3,5 Het zijn juist met name post-menopausale vrouwen die een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van CRPS. Mijn tweede kanttekening is dat auteurs voorbij gaan aan een andere behandelingsmodaliteit van duimzadelartrose, nl. het plaatsen van een totale gewrichtsprothese. Deze biedt voor de patiënt zowel behoud van functie als kracht. Deze orthopedische handchirurgische behandeling wordt in het Ziekenhuis Rivierenland te Tiel vanaf 2002 protocollair uitgevoerd. De klinische resultaten werden reeds eerder beschreven.4,5 De nabehandeling is volledig functioneel en fysiotherapie is niet nodig.