In PLoS ONE (2011;6:e25239) doen Jeroen Smits (Radboud Universiteit) en Christiaan Monden (University of Oxford) verslag van hun onderzoek naar het aantal tweelingen in 76 ontwikkelingslanden.
Tot nu toe was er weinig bekend over het aantal tweelinggeboorten in ontwikkelingslanden. De beschikbare informatie kwam voornamelijk uit ziekenhuisregistraties, waarin tweelingen ofwel oververtegenwoordigd (tweelingzwangerschappen vaker geassocieerd met complicaties) of ondervertegenwoordigd (gecompliceerde gevallen verwezen naar speciale ziekenhuizen) zijn.
Smits en Monden maakten daarom gebruik van ‘Demographic and health surveys’ (DHS), een grote verzameling van uitgebreide, mondeling afgenomen interviews die sinds 1980 onder vrouwen in veel ontwikkelingslanden zijn afgenomen. Zo beschikten zij over de gegevens van ruim 2,4 miljoen geboorten – waarvan 30.985 tweelinggeboorten – bij bijna 1,4 miljoen vrouwen. Data voor China verkregen zij uit interviews van de volkstelling in 1990 (ruim 186.000 tweelingen uit bijna 23,5 miljoen geboorten).
Gemiddeld werden er per 1000 geboorten 13,6 tweelingen geboren. Het oorspronkelijke idee dat in Nigeria de meeste tweelingen ter wereld geboren worden, ging niet meer op. In verschillende landen in Centraal Afrika lag het aantal tweelingen namelijk met > 18 per 1000 geboorten hoger dan gemiddeld. In Benin werden zelfs per 1000 geboorten 27,9 tweelingen geboren. In Azië en Latijns-Amerika lagen de gemiddelden veel lager: bijna altijd >10 per 1000 geboorten en soms zelfs > 8 per 1000. De Caribische eilanden, en in het bijzonder Haïti (14 tweelingen per 1000 geboorten), waar veel mensen van Afrikaanse afkomst wonen, vormden uitzonderingen op het lage Latijs-Amerikaanse gemiddelde.
De nog steeds actieve DHS lijkt wat betreft de auteurs een belangrijke nieuwe databron voor tweelingonderzoekers.
