In de afgelopen 3 jaar is de tijdsduur tussen aanvang van de ziekteverschijnselen en bevestigen van de diagnose ‘Q-koorts’ in het laboratorium aanzienlijk korter geworden. In mindere mate geldt dit ook voor de vertraging bij de patiënt en bij de arts. Van der Hoek et al. stelden dat in een beschrijvend onderzoek vast (A1845). Er is echter nog winst te behalen, met name buiten de gebieden met hoge incidentie. Specifieke empirische therapie (met doxycycline) kan eerder overwogen worden als de huisarts op de hoogte is van de lokale epidemiologie van Q-koorts. Wim van der Hoek vertelt meer over het onderzoek in een podcastinterview.
Indienen manuscript
Wekelijkse e-mail alert
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.
Meest recente artikelen
Meest recente reacties
Meest gelezen deze maand



