De LabQuiz bestaat uit 3 delen:
1. LabQuiz-vragen: één pagina met 2 casussen, elk met één, hooguit twee vragen, met elk 4
antwoordmogelijkheden
2. LabQuiz-antwoorden: één pagina met een korte epicrise van beide casussen
3. Verdieping: een uitgebreide behandeling van de antwoorden, met literatuurbronnen en
eventueel figuren en tabellen, en een Engels abstract
Onderdelen 1 en 2 komen in principe in print op een herkenbare plek (katern Klinische praktijk, vragen vlak voor Diagnose in beeld, antwoorden als laatste pagina in dat katern)
Onderdeel 3 komt alleen op het web.
Op het web is de casus deel 1 (openbaar), daarbij is er dan een verwijzing naar het volledige artikel (casus, epicrise, en achtergrond). Alles bij elkaar krijgt één e-locator.
Auteurs
Er zijn maximaal 3 auteurs.
Geef van de auteurs voornamen, voorletters, affliatie en discipline/specialisme volgens de standaardopmaak van het NTvG. Zet al deze gegevens (en de trefwoorden) op het eerste blad van het document Vragen.
Trefwoorden
Geef op de eerste pagina van de Vragen enkele trefwoorden (in het Nederlands aan)
Titel
Titel is de laboratoriumbepaling
1. Vragen-Casus
De casus is beknopt. Vermeld de context (eerste/tweede lijn), de klachten en belangrijkste bevindingen van het lichamelijk onderzoek, indien nodig. Schrijf eenvoudig en toegankelijk Nederlands.
Omvang: maximaal 220 woorden inclusief vragen en antwoorden
2. Epicrise/antwoorden
Zorg voor een titel van maximaal 53 tekens (moet op één regel passen)
Beschrijf de casussen uitgebreider. Geef in wat meer woorden een toelichting op de klachten, lichamelijk onderzoek, waarschijnlijkheidsdiagnose vóór de labbepaling, waarschijnlijkheidsdiagnose ná de bepaling en de reden waarom die veranderd is.
Schrijf met iets meer afstand maar wel soepel. Gebruik actieve zinnen (´wie deed wat wanneer?´ is een goede leidraad)
Omvang: maximaal 560 woorden (anders past het niet op een pagina)
3. Verdieping
Titel gelijk aan de epicrise
Gebruik een vaste indeling om de structuur van het artikel aan te geven. Niet altijd zal alles overigens relevant zijn (kopjes met * zullen vrijwel altijd voorkomen), maar kies wel uit deze lijst en verzin geen nieuwe kopjes. Het is de bedoeling dat de lezer snel weet waar hij of zij moet zijn.
De … staan voor de naam van de test of de aandoening
• Achtergrond*
• Bepaling*
• … in/bij de diagnostiek van ….*
• Hoe specifiek/sensitief is … voor de diagnose…?*
• Correleert … met de ernst van de ziekte?*
• Is … geschikt voor monitoring van … ?
• Heeft … prognostische betekenis?
• Kan … differentieren tussen oorzaken van …?*
• Referentiewaarden, beslisgrenzen en testeigenschappen*
• Kosten*
• Wanneer is de … -uitslag klinisch significant verschillend ten opzichte van de vorige uitslag?*
• Berekening klinisch significante verschillen? (Geef/bereken Kritisch verschil)*
• Valkuilen*
Literatuur
Zorg voor volledige gegevens volgens onze richtlijnen. Maximaal 20 referenties.
Omvang
Houd het beknopt en kaal, maar strikt genomen is er geen maximale omvang. Meer dan 2000 woorden lijkt ons niet nodig.
Figuren en tabellen
Lever duidelijke schema´s en korte tabellen aan. Zorg voor korte en duidelijke figuur of tabel bijschriften (in de tekst van Verdieping). Geef in de lopende tekst van de Verdieping aan waar de figuur of tabel moet komen.
Onderdelen voor aanleveren in Editorial Manager
Suggesties voor onderwerpen zijn welkom (redactie@ntvg.nl) . Het schrijven van een bijdrage in de rubriek gaat op uitnodiging. Je krijgt een ‘indienlink’. Gebruik die, anders kun je niet bij het goede indienvenster komen. De bijdragen worden altijd door de sectieredacteur en door referenten beoordeeld.
Zorg dat je bij het indienen de volgende documenten bij de hand hebt.
Noem je documenten ´bepaling´-vragen ,´bepaling´-epicrise,´bepaling-verdieping´ etc.
• Bestand aanbiedingsbrief
• Bestand Vragen
• Bestand Epicrise
• Bestand Verdieping
• Bestand Abstract (korte casusbeschrijving, korte uitleg over de bepaling)
• Bestand tabellen
• Bestand figuren
• ICJME document belangenverstrengeling , één voor elke auteur
Indienen manuscript



