Klinische les en Casuïstiek
Hoewel er op het eerste gezicht overeenkomsten zijn tussen een Klinische les en Casuïstiek (allebei gaan ze over patiënten), zijn het toch twee heel verschillende soorten artikelen. Ze dienen ook een ander doel. Beide rubrieken maken deel uit van het katern Klinische praktijk.
Toestemming van patiënten
Publiceren van verhalen over patienten of beeldmateriaal brengt verantwoordelijkheid over de privacy van de patient met zich mee. In principe willen we van álle patienten een toestemmingsverklaring. Niet alleen in die gevallen waarbij er patienten herkenbaar in beeld gebracht zijn, maar ook als ze herkenbaar zijn beschreven b.v. met zeldzame afwijkingen. Na verloop van tijd is alle inhoud van het NTvG openbaar op internet te vinden en dat betekent dat auteurs en redactie uiterst zorgvuldig met de gegevens van patiënten moeten omgaan.
Patienten (of hun vertegenwoordigers) geven graag toestemming als auteurs goed uitleggen waarom publicatie van het verhaal belangrijk is (andere dokters beter maken)
Doel en stramien
Klinische les
Een klinische les is een patiëntendemonstratie op papier. De les is geschikt voor álle lezers en heeft als doel informatie te geven waarmee artsen hun beleid kunnen aanpassen. De les waarschuwt, houdt een spiegel voor, signaleert valkuilen en geeft informatie over hoe een behandeling of een diagnostisch onderzoek beter kan. Een klinische les kan gaan over veelvoorkomende aandoeningen, maar ook over zeldzame ‘postzegels’´ als die een algemeen principe kunnen illustreren en de veiligheid van de zorg kunnen verbeteren. In principe is de informatie niet nieuw, maar wordt die op een leerzame manier voor het voetlicht gebracht.
De les vormt al generaties artsen (sinds 1928) een gewaardeerd onderdeel van het Tijdschrift. Geschikte onderwerpen voor een klinische les zijn ziektegeschiedenissen of klinische gebeurtenissen die vanuit didactisch oogpunt voor grote groepen artsen interessant zijn.
Voorbeelden van goede klinische lessen zijn:
Diagnostische dilemma´s
-
Alarmsymptomen van meningitis bij kinderen met koorts (Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:A2293)
-
Een zuigeling met onbegrepen epilepsie: slachtoffer van münchhausen-by-proxysyndroom (Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A2420)
Nieuwe toepassing voor een veelvoorkomend probleem
-
Hysteroscopie om IUD-klachten te verhelpen (Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A2298)
Zeldzaam probleem, maar met consequenties voor de zorg
-
Reanimatie van een zwangere patiënt (Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A2370)
Eye-opener
-
Verwisseling dexamfetamine en dexamethason door lees- en klankgelijkenis (Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A1662)
-
Viskruikinfarct (Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:B363)
Casuïstiek
In tegenstelling tot de klinische les is een artikel in de rubriek Casuïstiek veel meer een kale beschrijving van een bijzonder ziektegeval. In principe gaat het om een tot dan toe onbekende bevinding. De didactische waarde hoeft minder groot te zijn dan bij een klinische les. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om een aandoening die niet veel voorkomt, maar toch relevant is voor meerdere specialismen. Ook kunnen de klinische presentatie van een patiënt of aanvullende onderzoeksgegevens nieuw licht werpen op pathofysiologie, diagnostiek of therapie van een ziekte. Daarnaast bieden wij ook ruimte voor casuïstiek waarbij onvolkomenheden of fouten in het medisch beleid aan de orde komen. Wij leveren daarmee graag een aanzet om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen.
Voorbeelden van goede casuïstiek:
Geneesmiddelenbijwerking
-
Het DRESS-syndroom bij gebruik van sulfasalazine (Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A2161)
Zeldzaam ziektebeeld
-
Platypneu-orthodeoxiesyndroom (Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A2613)
Veiligheidsincident
-
Spontaan ontbrandende zuurstofcilinders (Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A2137)
Voornaamste verschillen Klinische les-Casuïstiek
|
|
Klinische les
|
Casuïstiek
|
|
ziekte/probleem-gericht
|
+
|
+++
|
|
didactische waarde
|
+++
|
+
|
|
breedte
|
+++
|
-
|
|
geschikt voor veel specialismen
|
+++
|
+
|
|
gericht op verbetering van zorg
|
+++
|
+
|
|
‘weetje’
|
-
|
+
|
|
zeldzaam
|
+
|
++
|
Stramien
Klinische les
Beschrijf maximaal 3 ziektegeschiedenissen en wel zodanig dat de patiënten voor de lezer gaan ‘leven’. Een les met slechts één patiënt kan ook een uitstekende les zijn. Als u meerdere patiënten beschrijft, moeten de ziektegeschiedenissen verschillende aspecten van uw onderwerp belichten. Drie keer een min of meer zelfde beloop is geen goede les: een klinische les is immers geen mini-patiëntenserie. Dergelijke lessen wijzen we af.
Klinische les
Beschrijf maximaal 3 ziektegeschiedenissen en wel zodanig dat de patiënten voor de lezer gaan ‘leven’. Een les met slechts één patiënt kan ook een uitstekende les zijn. Als u meerdere patiënten beschrijft, moeten de ziektegeschiedenissen verschillende aspecten van uw onderwerp belichten. Drie keer een min of meer zelfde beloop is geen goede les: een klinische les is immers geen mini-patiëntenserie. Dergelijke lessen wijzen we af.
Het basisstramien is dat van een patiëntendemonstratie waarin de toehoorders worden aangesproken en waarbij de patiënt aanwezig is:
-
Dames en Heren
-
korte inleiding,
-
de casus,
-
een beschouwing
-
Dames en Heren
-
slotconclusie
Inleiding: geef hier helder aan wat de bedoeling van uw les is. Zorg dat niet-vakgenoten gelijk een idee hebben waar het over gaat: val dus met de deur in huis. Begin nooit met gepruttel als ‘diabetes komt veel voor’of met de werking van ingewikkelde genen uit te leggen in de eerste regels van uw manuscript. Geef in de inleiding antwoord op de vraag: waarom is dit een relevant probleem en voor wie is dat zo? Als dat niet binnen 4 zinnen duidelijk is, moet u nog eens kijken of het niet beter kan.
Patiëntenverhalen: Let bij de beschrijving van de casus altijd ook op de ‘preklinische’ situatie als u een klinische les vanuit de kliniek schrijft. Juist voor de herkenbaarheid van uw artikel voor een brede lezerskring is het hele verhaal van belang. Zo zijn voorgeschiedenis, maar ook bijvoorbeeld informatie over werk en de sociale situatie vaak zinvol. En soms is het ook van belang om te weten wat deed de patiënt zelf al had ondernomen om zijn of haar probleem op te lossen. Beschrijf ook hoe het verder ging met de patiënten.
De lezer wil áltijd een antwoord hebben op de vraag: wie deed/dacht wat wanneer en waarom deed hij of zij dat? En wat was het beloop? Als dat er niet in staat, is het verhaal niet goed.
De lezer wil áltijd een antwoord hebben op de vraag: wie deed/dacht wat wanneer en waarom deed hij of zij dat? En wat was het beloop? Als dat er niet in staat, is het verhaal niet goed.
Beschouwing: na de beschrijving van de ziektegeschiedenissen gaat u in op de belangrijkste aspecten van uw les. Breng de boodschap helder over het voetlicht. ‘Wat leert de lezer hier nu van?’ moet het centrale uitgangspunt zijn. Het is zeker niet de bedoeling om in een klinische les een uitgebreid of systematisch overzicht van de literatuur te geven; daarvoor is een Stand van zaken geschikter. Gebruik tussenkopjes voor een goed leesbare beschouwing. De beschouwing is geen tekstboek: lever dus geen tekstboekkennis aan. Vaak kan de beschouwing op één A4-tje.
Conclusie: begin weer met´Dames en Heren´en vervolg dan gelijk met uw belangrijkste leerpunt. Val ook hier met de deur in huis:´Wat moeten hulpverleners anders doen?` Vermijd obligate wensen als: artsen moeten beter opletten en ook deze zeldzame aandoening altijd in hun differentiaal diagnose opnemen.
Casuïstiek
Inleiding: Een goed leesbaar casuïstiekartikel heeft een inleiding die prikkelt. Het artikel moet voor veel verschillende soorten lezers aantrekkelijk en te begrijpen zijn. U schrijft dus niet voor zeer specialistische vakgenoten, maar voor uw medische buurvrouw of buurman. Houd die lezer voor ogen. Maak het niet mysterieus: u schrijft geen roman. Een inleiding in een casuïstiekartikel hoeft vrijwel nooit langer te zijn dan één alinea. Laat alle zijpaadjes en details weg.
Inleiding: Een goed leesbaar casuïstiekartikel heeft een inleiding die prikkelt. Het artikel moet voor veel verschillende soorten lezers aantrekkelijk en te begrijpen zijn. U schrijft dus niet voor zeer specialistische vakgenoten, maar voor uw medische buurvrouw of buurman. Houd die lezer voor ogen. Maak het niet mysterieus: u schrijft geen roman. Een inleiding in een casuïstiekartikel hoeft vrijwel nooit langer te zijn dan één alinea. Laat alle zijpaadjes en details weg.
Casus: Voor lezers is het belangrijk dat een patiëntenverhaal goed loopt. Een goed verhaal heeft een plot: er is een duidelijk begin, een middendeel en een oplossing. Zorg dus dat het verhaal mooi rond loopt. Vergeet het begin niet (wat deed de patiënt zelf, wat de huisarts…). De casus is niet klaar als de bloedwaarden zijn hersteld, maar als duidelijk is hoe het verder met de patiënt ging (kon hij of zij bijvoorbeeld weer aan het werk, school of thuis weer alles doen?)
Beschouwing: Geef in de eerste alinea van de beschouwing in enkele zinnen al de kern van uw verhaal weg. Ook hier geldt het motto ‘val met de deur in huis’. Ga daarna pas in op zaken als epidemiologie, diagnostiek en behandeling. Zorg dat het mooi rond loopt. Kom in de beschouwing dus even op de casus terug, anders blijft die casus slechts een illustratie. Besluit krachtig en vat uw boodschap nog eens in een paar heldere zinnen samen. Vermijd het obligate ‘artsen moeten beter opletten om deze zeldzame aandoening vroeger op te sporen…’
Geef bij bijwerkingen van medicatie altijd het bewijs volgens de Naranjo-schaal aan (zie A2161).
Stijl
Schrijf actieve zinnen.
Schrijf actieve zinnen.
-
Dus niet ‘patiënt werd verwezen en geopereerd’, maar ‘De huisarts verwees patiënt omdat de klachten na 2 weken nog niet over waren… de dienstdoende gynaecoloog opereerde de bloedende tumor direct…’ Het is vaak niet alleen korter, maar alleen zo beantwoord je de vraag ‘wie deed wat?’
Te vermijden:
-
Doe niet deftiger dan nodig is: bijvoorbeeld ‘patiënten die zich presenteren’. Het lijkt duidelijk, maar de lezer blijft bij zo’n uitdrukking met vragen zitten. Een kind van 6 maanden kan zich niet presenteren en een cognitief beperkte 96-jarige comateuze dame ook niet. Hoe kwamen ze (bij de dokter en met welke klachten, wie vertelde die klachten (de baby en de comateuze patient kan immers niks vertellen)? Wees dus helder.
-
Statustaal: een staccato-opsomming van alle verschijnselen in zinnen zonder werkwoorden. Maak lopende zinnen.
-
Vage formuleringen: ‘en/of’, ‘tussen 2005 en 2010’ (horen 2005 en 2010 zelf ook bij dat interval?; liever: 2005-2010)
-
Negatieve opmerkingen over specialisten of huisartsen.
Alinea´s
-
Let op bij indeling in alinea´s: elke mededeling krijgt in principe een aparte alinea. Het is vrijwel altijd verstandig om het belangrijkste in een alinea voorop te zetten. Lezers skippen tekst en alinea´s. Ze kijken vaak naar eerste zinnen. Zorg dat die uw boodschap al bevatten.
-
Check uw herziene manuscript alinea voor alinea of dit klopt en alles op de goede plek staat.
-
Gebruik zo nodig ‘bruggetjes’: een van de grote problemen bij veel artikelen is het ontbreken van hulpmiddeltjes voor de lezer. Zorg dat de lezer uw gedachtegang kan volgen en sla geen stappen over.
Taalgebruik
-
Vermijd ingewikkelde samengestelde zinnen. Grammaticaal kunnen ze nog zo goed zijn, lang niet altijd lezen ze makkelijk. Kunnen lange zinnen in tweeën? Zijn er veel tangconstructies?
-
Lees hardop: je hoort gelijk waar het hapert (alleen doen als er niemand in de kamer is…)
Woorden
-
Gebruik Het groene boekje, Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal en Pinkhof geneeskundig woordenboek. Let op het aan elkaar schrijven van woorden.
-
Vermijd niet-gebruikelijke afkortingen
-
Vermijd jargon dat alleen door eigen vakgenoten te begrijpen is.
Technische details
Omvang
Klinische les: Maximaal 6 auteurs. Maximaal 1800 woorden, exclusief abstract, extended abstract, tabellen, literatuur en kaderteksten.
Casuïstiek: maximaal 6 auteurs. Maximaal 950 woorden, exclusief samenvatting, abstract, extended abstract, literatuur en kaderteksten.
Het aantal woorden zijn de maximum aantallen. Minder mag altijd en is vaak beter, meer mag niet.
Casuïstiek: maximaal 6 auteurs. Maximaal 950 woorden, exclusief samenvatting, abstract, extended abstract, literatuur en kaderteksten.
Het aantal woorden zijn de maximum aantallen. Minder mag altijd en is vaak beter, meer mag niet.
Aantal referenties
Zowel een klinische lessen als casuïstiek hebben maximaal 10 referenties. Beide artikelsoorten zijn géén uitgebreid overzicht over alle aspecten van een aandoening of probleem.
Noem geen auteursnamen in de tekst; referenties worden in de tekst aangegeven met opeenvolgende cijfers in superscript, achter punt of komma.
Zowel een klinische lessen als casuïstiek hebben maximaal 10 referenties. Beide artikelsoorten zijn géén uitgebreid overzicht over alle aspecten van een aandoening of probleem.
Noem geen auteursnamen in de tekst; referenties worden in de tekst aangegeven met opeenvolgende cijfers in superscript, achter punt of komma.
Titel en subkopjes
Zowel een klinische les als een casuïstiek hebben een mooie korte titel, liefst op één regel (53 posities), maar maximaal 100 karakters (inclusief spaties); dat is twee regels print. We geven de voorkeur aan zo kort mogelijke titels.
Subkopjes helpen lezer de structuur in een stuk te herkenen. Ze mogen niet langer zijn dan 53 karakters (een regel).
De eindredactie bepaalt (na aanvaarding) de titel en de subkopjes. Uiteraard volgen we waar mogelijk het voorstel van de auteur.
Zowel een klinische les als een casuïstiek hebben een mooie korte titel, liefst op één regel (53 posities), maar maximaal 100 karakters (inclusief spaties); dat is twee regels print. We geven de voorkeur aan zo kort mogelijke titels.
Subkopjes helpen lezer de structuur in een stuk te herkenen. Ze mogen niet langer zijn dan 53 karakters (een regel).
De eindredactie bepaalt (na aanvaarding) de titel en de subkopjes. Uiteraard volgen we waar mogelijk het voorstel van de auteur.
Abstract
Klinische lessen en casuïstiek hebben een kort Engelstalig abstract (voor op het web) van maximaal 150 woorden. Vermeld de leeftijd en het geslacht van de patiënt en de belangrijkste kernpunten. Geef het abstract een titel, anders komt het niet goed in Pubmed.
Klinische lessen en casuïstiek hebben een kort Engelstalig abstract (voor op het web) van maximaal 150 woorden. Vermeld de leeftijd en het geslacht van de patiënt en de belangrijkste kernpunten. Geef het abstract een titel, anders komt het niet goed in Pubmed.
Het abstract van de casuïstiek heeft de volgende kopjes: Backgroud, Case description, Conclusion.
Een extended abstract geeft uitgebreide informatie en is voor niet-Nederlandstalige lezers via onze website te lezen.
Samenvatting
Een casuïstiek heeft een korte gestructureerde Nederlandstalige samenvatting van maximaal 150 woorden. De gestructureerde samenvatting heeft de volgende kopjes: Achtergrond, Casus, Conclusie.
Geef in de samenvatting een korte beschrijving waarom de casus bijzonder is.
Geef in de samenvatting een korte beschrijving waarom de casus bijzonder is.
Kaderteksten, figuren en tabellen
Een kadertekst met kernpunten (leerpunten) is altijd nodig.
Lever bij een klinische les of casuïstiek bij voorkeur beeldmateriaal aan. Hierbij denken we niet alleen aan foto’s, maar ook aan filmpjes (echo´s, angio´s etc). Lever deze bestanden als losse bestanden aan. Voor beelden van herkenbare personen is toestemming van betrokkenen vereist ( zie standaardverklaring op onze website).
Lees voor de juiste lay-out van tabellen en figuren de Instructies voor tabellen en figuren.
Een kadertekst met kernpunten (leerpunten) is altijd nodig.
Lever bij een klinische les of casuïstiek bij voorkeur beeldmateriaal aan. Hierbij denken we niet alleen aan foto’s, maar ook aan filmpjes (echo´s, angio´s etc). Lever deze bestanden als losse bestanden aan. Voor beelden van herkenbare personen is toestemming van betrokkenen vereist ( zie standaardverklaring op onze website).
Lees voor de juiste lay-out van tabellen en figuren de Instructies voor tabellen en figuren.
Literatuur
Lees voor het opstellen van de literatuurlijst de Instructies voor literatuur.
Controleer uw referenties; de eindredactie controleert referenties niet op correctheid.
Lees voor het opstellen van de literatuurlijst de Instructies voor literatuur.
Controleer uw referenties; de eindredactie controleert referenties niet op correctheid.
Video´s
In klinische lessen of casuïstiek gaat het regelmatig over technieken of ingrepen waarover illustratief beeld bestaat. Dat kan niet allemaal in print maar op de website kunnen we lezers wel verdieping bieden.
Er zijn dan twee mogelijkheden. Veelal zal een YouTube-filmpje illustratief genoeg zijn.
Eigen filmpje
Lever aan in één van de volgende formaten: .mp4, .H.264, .flv
Filmpjes mogen niet groter zijn dan 100 MB
Filmpjes mogen niet groter zijn dan 100 MB
Een bestand kleiner dan 10 mb moet u per email aanleveren (redactie@ntvg.nl). Verwijs in uw aanbiedingsbrief van het manuscript dan naar het feit dat u een aparte video aanlevert.
Een bestand groter dan 10 mb zet u op een cd en verstuurt u aan de redactie: Postbus 75971,1070 AZ Amsterdam. Vergeet niet er een briefje bij te doen met uw naam en titel van het manuscript!
Filmpje in YouTube
Inmiddels staan er veel goede filmpjes in YouTube. Vaak is dat veel gemakkelijker dan een eigen filmpje maken. Zeker als de ingreep of techniek niet de echte kern van het verhaal is. Als u een goed filmpje kent dat illustratief is voor de door uw beschreven techniek of ingreep, ontvangen we graag de link, zodat we die in de webversie van het manuscript kunnen opnemen.
Voornamen van auteurs
We gebruiken voornamen van de auteurs van het artikel. Geef die dus ook op (Piet Jansen, of bij twee voorletters Piet A. Jansen of bij heel veel voorletters en een roepnaam die van een van die letters is afgeleid W.J.H.J. (Joris) Jansen). Ook van personen in danknoten gebruiken we graag voornamen volgens dit format.
We gebruiken voornamen van de auteurs van het artikel. Geef die dus ook op (Piet Jansen, of bij twee voorletters Piet A. Jansen of bij heel veel voorletters en een roepnaam die van een van die letters is afgeleid W.J.H.J. (Joris) Jansen). Ook van personen in danknoten gebruiken we graag voornamen volgens dit format.
Titelblad
Maak een titelblad waarop de titel van het manuscript staat, de auteursnamen met titels en academische discipline/specialisme en de instellingen/afdelingen waar de auteurs werken.
Redactie
Medewerkers
Adverteerder
NTvG online
Meer NTvG
Indienen manuscript



