Klinische les
De Klinische les is een patiëntendemonstratie op papier; deze vormt al generaties artsen een gewaardeerd onderdeel van het Tijdschrift. In de nieuwe vormgeving staat de klinische les in het katern Klinische praktijk.
Geschikte onderwerpen voor een Klinische les zijn ziektegeschiedenissen of klinische gebeurtenissen die vanuit didactisch oogpunt interessant zijn. Een goede Klinische les kan grote invloed hebben op de gezondheidszorg in Nederland. De redactie kan adviseren over de juiste vorm, ook als u twijfelt tussen een Casuïstiek en een Klinische les.
Stramien
Beschrijf maximaal 4 ziektegeschiedenissen en wel zodanig dat de patiënten voor de lezer gaan "leven". Een les met slechts één patient kan ook een uitstekende les zijn. Als u meerdere patienten beschrijft, moeten de ziektegeschiedenissen verschillende aspecten van uw onderwerp belichten.
Let bij de beschrijving ook op de "preklinische" situatie als u een Klinische les vanuit de kliniek schrijft. Juist voor de herkenbaarheid van uw artikel voor een brede lezerskring is het hele verhaal van belang. Beschrijf ook hoe het verder ging met de patiënten. Na de beschrijving van de ziektegeschiedenissen gaat u in op de belangrijkste aspecten van uw les. Breng de boodschap helder over het voetlicht. Het is niet de bedoeling om in een Klinische les een uitgebreid overzicht van de literatuur te geven; daarvoor is een Stand van zaken geschikter. Gebruik tussenkopjes voor een goed leesbare beschouwing.
Omvang en aantal referenties
Maximaal 6 auteurs.
Maximaal 1800 woorden, exclusief abstract, tabellen, literatuur en kaderteksten.
Maximaal 10 referenties. Een Klinische les is géén uitgebreid overzicht over alle aspecten van een aandoening of probleem.
Noem geen auteursnamen in de tekst; referenties worden in de tekst aangegeven met opeenvolgende cijfers in superscript, achter punt of komma.
Titel en subkopjes
Een klinische les heeft een mooie korte titel, maximaal 100 karakters (inclusief spaties); dat is twee regels print. We geven de voorkeur aan zo kort mogelijke titels.
Subkopjes helpen lezer de structuur in een stuk te herkenen. Ze mogen niet langer zijn dan 52 karakters (een regel).
De eindredactie bepaalt (na aanvaarding) de titel en de subkopjes. Uiteraard volgen we waar kan het voorstel van de auteur.
Abstract
Een Klinische les heeft een kort Engelstalig abstract (voor op het web) van maximaal 150 woorden. Vermeld de leeftijd en het geslacht van de patiënt en de belangrijkste kernpunten.
Kaderteksten , figuren en tabellen
Een kadertekst met kernpunten (leerpunten) is altijd nodig.
Lever bij een Klinische les bij voorkeur beeldmateriaal aan. Hierbij denken we niet alleen aan foto's, maar ook aan filmpjes (echo´s, angio´s etc). Lever deze bestanden als losse bestanden aan.
Lees voor de juiste lay-out van tabellen en figuren de Instructies voor tabellen en figuren.
Literatuur
Lees voor het opstellen van de literatuurlijst de Instructies voor literatuur.
Controleer uw referenties; de eindredactie controleert referenties niet op correctheid.
Voornamen van auteurs
We gebruiken voornamen van de auteurs van het artikel. Geef die dus ook op (Piet Jansen, of bij twee voorletters Piet A. Jansen of bij heel veel voorletters en een roepnaam die van een van die letters is afgeleid W.J.H.J. (Joris) Jansen). Ook van personen in danknoten gebruiken we graag voornamen volgens dit format.
Meld u aan voor de wekelijkse e-alert met de actuele inhoudsopgave.


