Voorzorgsmaatregelen bij omgang met patiënten en laboratoriummonsters besmet met de ziekte van Creutzfeldt-Jakob
Open

Richtlijnen
22-07-1999
B. van Everbroeck, P. Pals en P. Cras

- De ziekte van Creutzfeldt-Jakob (CJD) behoort tot de besmettelijke subacute spongiforme encefalopathieën (SSE), die dodelijk verlopen. Het veronderstelde causale agens, het prioneiwit, is zeer resistent tegen inactivering en heeft een lange incubatietijd.

- Bij lichamelijk contact met een CJD-patiënt (waaronder klinische verzorging) is er geen gevaar voor besmetting.

- Bij ingrepen waarbij contact met infectieus materiaal mogelijk is (bijvoorbeeld een liquorpunctie), zijn voorzorgen nodig.

- Voorzorgsmaatregelen zijn: het dragen van handschoenen, het op de juiste wijze beschermen van uitvoerende personen (bijvoorbeeld de patholoog of de histologisch laborant) en het transporteren van monsters in een gesloten en gemerkte container.

- Bij onderzoek in het laboratorium moeten weefselmonsters gedurende 1 uur in mierenzuur 92-98 gedompeld worden.

- Het gebruikte materiaal en instrumentarium moeten steeds adequaat gedecontamineerd worden. Daarbij kan men gebruikmaken van natriumhydroxide (NaOH), natriumhypochloriet (NaOCl, bleekwater), guanidinethiocyanaat of stoomautoclavering.

- Wanneer men adequate voorzorgen neemt, kan het contact met besmet materiaal veilig verlopen.