Behandeling van chronische anale fissuren

diltiazem of isosorbidedinitraat als middel van eerste keus?
Ter discussie
25-11-2010
Eveline B. Boeker, M.J.P. (Marjan) Kruijer en Paul C.M. Verbeek

De anale fissuur is een veel voorkomende klacht in de huisartsenpraktijk. De incidentie is 2,5 per 1000 per jaar, waarbij beide seksen gelijk zijn aangedaan. De fissuur begint als een acute ruptuur van de anodermis; vaak geneest deze fissuur niet spontaan. Na 6-8 weken spreekt men van een chronische anale fissuur.

De etiologie is nog onduidelijk. De aandoening komt zowel voor bij patiënten met obstipatie als bij patiënten met normale of dunne defecatie.1 Patiënten met een anale fissuur hebben vaak een verhoogde spanning van de interne anale sfincter. Dat veroorzaakt compressie van eindarteriën die door de interne sfincter heen lopen, zodat de doorbloeding van de anodermis afneemt. De pijn van de fissuur verhoogt de spiertonus van de sfincter, zodat een vicieuze cirkel ontstaat waardoor de fissuur moeilijk geneest en chronisch wordt. De meest voorkomende klachten hierbij zijn pijn tijdens en na de defecatie en helderrood ...

Om deze pagina weer te geven moet u ingelogd zijn.

Heeft u nog geen abonnement?

Sluit een abonnement af

Heeft u al een abonnement?

Registreren

Log in als abonnee

Inloggegevens kwijt?