Trends in de periode 2001-2010

Roken tijdens de zwangerschap

Onderzoek
Caren I. Lanting
J.P. (Ko) van Wouwe
Ingrid van den Burg
Dewi Segaar
Karin M. van der Pal-de Bruin
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A5092
Abstract

Samenvatting

Doel

Het vaststellen van trends in de rookprevalentie onder zwangeren in de periode 2001-2010 en deze prevalentie relateren aan verschillen naar opleidingsniveau.

Opzet

Beschrijvend; landelijke peilingen.

Methode

In 2001, 2002, 2003, 2005, 2007 en 2010 werden via organisaties voor jeugdgezondheidszorg tijdens het periodiek gezondheidsonderzoek 28.720 vragenlijsten uitgedeeld aan moeders van kinderen ≤ 6 maanden. In totaal vulden 16.358 moeders (57%) de vragenlijst in.

Resultaten

In de periode 2001-2010 is het aantal zwangeren dat rookte tijdens de zwangerschap gehalveerd (p < 0,001). In 2010 rookte 6,3% (95%-BI: 5,0-7,6) van de zwangeren dagelijks gedurende de hele zwangerschap. De rookprevalentie was het hoogst onder laagopgeleide zwangeren (13,8% in 2010; 95%-BI: 9,3-18,4) en het laagst onder hoogopgeleiden (2,4% in 2010; 95%-BI: 1,2-3,6). Tijdens de zwangerschap stopte 4% van de rokende vrouwen. De mediaan van het aantal gedurende de zwangerschap gerookte sigaretten was 5 per dag, tegenover 10 in het laatste half jaar vóór de zwangerschap. In 2001 was de het verschil in rookprevalentie tussen laag- en hoogopgeleide zwangeren 18,9%, in 2010 was dat 11,4%. Het verschil tussen middelbaar- en hoogopgeleide zwangeren was 6,5 en 5,4% in respectievelijk 2001 en 2010.

Conclusie

Het percentage vrouwen dat gedurende de gehele zwangerschap rookt is tussen 2001 en 2010 gehalveerd, maar in 2010 rookte nog steeds 6,3% van de zwangeren. De rookprevalentie verschilde sterk tussen de opleidingsniveaus; de absolute verschillen veranderden niet gedurende het onderzoek.

Auteursinformatie

TNO, Leiden.

Dr. C.I. Lanting, arts en epidemioloog; dr. J.P. van Wouwe, kinderarts; dr. K.M. van der Pal-de Bruin, epidemioloog.

STIVORO, Den Haag.

Ir. I. van den Burg, senior projectmanager; dr. ir. D. Segaar, directeur.

Contact dr. C.I. Lanting (caren.lanting@tno.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: dit onderzoek is tot stand gekomen met financiële ondersteuning van ZonMw, Stichting Zorg voor Borstvoeding, TNO, STIVORO en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Aanvaard op 18 september 2012

Auteur Belangenverstrengeling
Caren I. Lanting ICMJE-formulier
J.P. (Ko) van Wouwe ICMJE-formulier
Ingrid van den Burg ICMJE-formulier
Dewi Segaar ICMJE-formulier
Karin M. van der Pal-de Bruin ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Roken
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

De auteurs melden bij de resultaten, dat 1489 (9,7%)van de 15366 onderzochte patienten rookten en geven een betrouwbaarheidsinterval op van 9,5-9,8. Dit interval is het 48% betrouwbaarheidsinterval. Het 95 % betrouwbaarheidsinterval is breder namelijk 9,2-10,2.

 

Arturo Knol, huisarts np